Het kan je een keer gebeuren. Dat je leegloopt als een fietsband waar het ventiel uit getrokken wordt. Je zit ergens helemaal vol van en iemand draait je dopje eraf. Alles komt er in een keer uit en je kunt niet meer stoppen. Het kan je een keer gebeuren en die ander zal er begrip voor hebben. Zo’n ander die je goed kent en bij wie je wel een potje kan breken. Maar je moet er geen gewoonte van maken en al helemaal niet bij vage kennissen en vreemden.
Kleine vragen kunnen grote gevolgen hebben. Iedereen kent het. Je bent beleefd en belangstellend, dus je opent het gesprek met zo’n kleine vraag. “Wat doe jij?” “Hoe gaat het?” “Wat vind jij van vandaag?” Heel gewone conversatie-starters; vragen om een gesprek mee op gang te brengen. Je speelt iemand de bal toe en je verwacht een tikkie terug. Heel vervelend als die ander er vervolgens mee aan de haal gaat. Drie rondjes om het veld, een kwartiertje hooghouden en de bal komt nooit meer terug. Je start een gesprek, maar de ander grijpt het aan voor een monoloog en zet je buitenspel.
Een goede conversatie begint met een warming up. De bal “voor de lol” een beetje heen en weer tikken om elkaar een goed gevoel te geven en in de stemming te brengen voor een écht gesprek. Heen en weer en meer dan één keer. Bij zo’n vraag en antwoordspel gaat het niet om de punten, maar om het plezier.

Deel dit