Een flard van een wildvreemd gesprek. Een losse zin aan het tafeltje naast je. Drie, vier woorden vanaf de tegemoetkomende roltrap. Onbedoeld opgevangen, meegekregen zonder opzet. Meestal gaan ze aan je voorbij, zijn het alledaagse gewone mensen zinnen. Maar soms blijven ze hangen; zinnen waar je wel meer van zou willen horen. Ik verzamel ze al een tijdje. Vandaag alle dertien goed plus een om in te lijsten.

“Daarvoor hoeft ze zich toch nog niet kaal te scheren?”

“Dan moet ik altijd aan van die lekkere leren handschoenen denken.”

“Niet bij de open haard, want ik ken deze tent.”

“Doet u maar een cola light voor mijn vrouw, dat is veiliger.”

“En als ik nou had gezegd dat hij vier was, was je dan wel met me meegegaan?”

“Goed, ik zal doorgeven dat u altijd ziek wordt van de ommelet.”

”Ze leeft nog, maar dan heb je het mooiste wel gehad.”

“Hij maakt van die prachtige beelden, zo lief knullig, prachtig gewoon!”

“Ja doe haar maar. Zij heeft mij nog eens de put in geholpen.”

“Als die lift nou niet komt, kan hij Amerika wel op zijn buik schrijven.”

“Neem ik zijn zus mee op vakantie, wat denk je, lesbisch.”

“Die kamer kunnen ze nooit meer verhuren, die lucht gaat er niet meer uit.”

“Die Suzuki die ze van hem gehad heeft, die heeft ze het zwembad ingeduwd.”

“Ik wordt altijd zo verdrietig van poffertjes.”

Deel dit