Kijk eens wat er vandaag weer uit mijn boekenkast viel. Uit mijn Bossche periode:

“Zeik op unne riek. Het Brabants als taal voor de zakenman van de 21e eeuw.” Het boekje verklaart de bloei van de regionale economie aan de hand van de taalefficiency die wordt bereikt met het Brabants. De 100 genoteerde zakelijke uitdrukkingen tellen bij elkaar 1303 woorden, een besparing van maar liefst 71,7 % in vergelijking met ABN. Verschrikkelijk leuk en herkenbaar voor een Hollander die dagelijks onder de grote rivieren verkeert. Een bloemlezinkje van uitdrukkingen met een besparing van meer dan 90%:

“Zou u alstublieft willen herhalen wat u zojuist hebt gezegd?” Wa?
“Pardon, ik heb u niet helemaal goed verstaan, kunt ud dat herhalen?” Welluk?
“U praat heel wat af, maar door de bank genomen beluister ik in uw woorden niet erg veel dat de moeite waard is.” Wè’nne kwèèk!

Minder drastisch, maar nog altijd meer dan 70% efficiënter dan ABN:
“De raad van commissarissen is zeer benieuwd naar het standpunt van de directie.” Wà denktervan?
“Daar zult u op generlei wijze achter kunnen komen.” Witte tonnie.
“Hebt u in deze zaak al een beslissing genomen?” Wà doede?
En de ultieme stoplap in het land van Van Agt tot en met Van Gerwen: Tis wa! in de betekenis van “Het leven gaat niet altijd over rozen.”

Het boekje is een mini uitgave van het Noordbrabants Museum. De directeur bood dit relatiegeschenk aan met de zo cultuurtyperende zinsnede: Ginnen daank, ik kom de schoai nog wellis terughoalen.

Deel dit