Dat moet een lullig gezicht geweest zijn, was mijn eerste gedachte terwijl ik overeind krabbelde. Snel en beschaamd keek ik om mij heen of er geen toeschouwers waren. Gelukkig niks kapot, was het volgende dat ik dacht. Pas daarna had ik tijd voor de pijn in mijn heup, schouder en arm. Zo zie je maar: impulsief denken en doen heeft zijn eigen logica.

Vallen is iets voor kinderen en oude mensen. Vallende kinderen zijn zielig, vallende bejaarden triest. Er tussenin ben je lachwekkend, kandidaat voor een kek videootje op de socials. Je mag blij zijn als er niet toevallig een etterig neefje met een smartphone in de buurt is. 

Een vallend mens verliest alle decorum en misschien is dát het. Het ontwapenende waardoor die oncontroleerbare lachlust wordt opwekt. “Ik kan er niks aan doen, maar het zag er zo grappig uit”, hikt je lief nog na, terwijl ze met de tranen op de wangen een natte doek tegen de bult op je voorhoofd houdt. Van gêne en boosheid zou je haar de nek wel kunnen omdraaien. 

De twee bouwvakkers in de keet verderop lachten niet om me, maar kwamen snel naar buiten. “Gaat het weer meneer”, vroeg de één op bezorgde toon. Pas vanavond realiseerde ik me, dat juist dát het is wat me dwars zit. Tot op welke leeftijd ben je nog leuk als je valt?

Deel dit