De kerkklok slaat hier alle uren twee keer. Én de halve uren én de kwartieren. Ook twee keer. Elk uur twee keer: de eerste keer op tijd en de tweede keer een minuut later. Elk half uur twee keer, met een minuut tussenpauze en elk kwartier idem. Het went snel.
Het is hier een traditie die teruggaat naar het midden van de negentiende eeuw. De boeren waren ontevreden over de nieuwe kerkklokken; minder luid dan de oude, die van voor de grote stadsbrand. Ze hoorden de klokken soms niet en dan waren ze te laat op de markt. Er werd een jaar over gesteggeld en toen besloot de pastoor tot een tegemoetkoming. Elk uur twee keer slaan in plaats van één keer. Dat deed de rust terugkeren in het dorp. Figuurlijk.
Het heeft iets van urgentie; die tweede keer dat de klok slaat, telkens weer. Het voelt als een aansporing om het maximale uit de dag te halen. “Let wel, het volgende uur is al weer een minuut aan de gang. Geen tijd te verliezen”. De verwachting van lokale productiviteit en welvarendheid – die zoiets zou moeten opleveren – staat echter in contrast met het vervallen karakter van het middeleeuwse stadje.
Voor ons is het gebeier geen aansporing. Het voegt juist iets toe aan het vakantiegevoel. Het geleidelijk wegslaan van de ochtenduren, inclusief het extra gehamer op de tijd, geeft een gevoel van luxe. We zetten nog een keer extra koffie. Het zal onze tijd wel duren.
Het enige wat ik er van overhou is een voornemen, voor als straks het werk weer gaat beginnen. Tegen die tijd toch eens kijken, of er niet een church-bells-for android app te krijgen is voor mijn smartphone. En of die ook zo in te stellen is dat hij elk uur twee keer slaat.

Deel dit