De autoverkoper noemt een inruilprijs en je kijkt hem onbewogen aan. Hij schrikt van je zwijgen, vult de stilte met een vreemd lachje en legt zijn hand op je schouder. Wij verstaan elkaar zonder woorden: het bod was natuurlijk maar een eerste zet. Op zijn vraag “Wat had u zelf dan in gedachten?” zeg je slechts “Meer.”. Hij koopt tijd door nog eens uitgebreid om de negen jaar oude auto heen te lopen. Dat gaat goed denk je, want zijn prijs valt je nu al niet tegen. Even later verleidt hij je toch tot een tegenbod, dat hij vervolgens net iets te gretig accepteert. Terwijl hij het contract uitschrijft weet je dat er meer in had gezeten. Je troost jezelf met het onderste uit de kan.

Deel dit